ECLI:NL:GHARN:2009:BJ1840
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en schadevergoeding bij ontvreemding onder transport- en verblijfsverzekering
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid en schadevergoeding centraal na ontvreemding van goederen onder een transport- en verblijfsverzekering. Het hof heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 april 2006 gedeeltelijk vernietigd en zelf recht gedaan.
De kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van merkelijke schuld van de verzekerde, de waarde van de ontvreemde goederen en de toerekening van kennis van de beursmakelaar aan de verzekerde. Het hof oordeelt dat de verzekerde niet in ernstige mate tekort is geschoten in de zorg ter voorkoming van schade, ondanks enkele tekortkomingen in de beveiliging en opvolging van alarmcodes. De waarde van de ontvreemde goederen wordt vastgesteld op de liquidatiewaarde, zoals opgenomen in het taxatierapport van de verzekerde.
Daarnaast stelt het hof vast dat Erasmus Verzekeringen B.V. niet als contractspartij kan worden aangesproken, omdat zij als gevolmachtigde voor de verzekeraar handelde en de kennis van de makelaar aan de verzekerde moet worden toegerekend. Het eigen risico van €750 per veiling is van toepassing, ook al was er ten tijde van de ontvreemding nog geen veiling geweest. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding in eerste aanleg.
Het hof veroordeelt HDI Verzekeringen N.V. tot betaling van 50% van de schade minus het eigen risico, inclusief wettelijke rente en een deel van de kosten, wijst de vordering tegen Erasmus af en compenseert de kosten tussen partijen waar van toepassing.
Uitkomst: HDI wordt veroordeeld tot betaling van 50% van de schade minus eigen risico en wettelijke rente, vorderingen tegen Erasmus worden afgewezen.