ECLI:NL:GHARN:2009:BJ2949
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.A. Dozy
- C.J. Laurentius-Kooter
- B.J. Lenselink
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst en opdrachtverstrekking bij doorstart Air Holland Charter
In deze civiele zaak draait het om de vraag wie opdrachtgever was voor werkzaamheden verricht in verband met de beoogde doorstart van Air Holland Charter en welke vergoeding daarvoor verschuldigd is. Appellanten vorderen betaling van een factuur voor werkzaamheden die door een vennoot van appellante sub 1 zijn verricht, terwijl geïntimeerden betwisten dat zij persoonlijk opdrachtgever waren en stellen dat de vergoeding uitsluitend bestond uit een toezegging tot benoeming als accountant.
Het hof stelt vast dat de participanten, waaronder geïntimeerden, gezamenlijk opdrachtgever waren en dat er geen schriftelijke overeenkomst over de vergoeding is gesloten. Getuigenverklaringen tonen tegenstrijdigheden over de aard van de vergoeding, maar het hof acht de stelling van appellanten dat een gebruikelijk honorarium verschuldigd is, het meest aannemelijk.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis dat de vordering afwees en veroordeelt geïntimeerden hoofdelijk tot betaling van € 60.613,24 vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Tevens worden geïntimeerden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Geïntimeerden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 60.613,24 vermeerderd met wettelijke rente aan appellanten.