ECLI:NL:GHARN:2009:BJ3049
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging ontbinding pachtovereenkomst
In deze civiele zaak gaat het om een incidentele vordering van appellant tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van de pachtkamer, waarin de pachtovereenkomst tussen appellant en de Staat is ontbonden en appellant is veroordeeld tot herstel van het gepachte.
Appellant stelde dat er sprake was van een noodtoestand omdat hij afhankelijk was van medewerking van een derde, [A], die de noodzakelijke maatregelen niet had uitgevoerd. De Staat erkende wel afspraken over uitstel, maar betwistte dat er na 23 december 2008 nog onderhandelingen waren en wees op het belang van nakoming.
Het hof oordeelde dat de rechter bij een incidentele vordering slechts een beperkte beoordelingsruimte heeft en dat schorsing alleen kan worden toegewezen bij een duidelijke juridische of feitelijke misslag of een noodtoestand. De stellingen van appellant boden onvoldoende grond om van een noodtoestand te spreken, mede omdat appellant onvoldoende had toegelicht dat hij adequaat had toegezien op de uitvoering van de maatregelen.
Daarom wees het hof de vordering tot schorsing af, veroordeelde appellant in de kosten van het incident en verwees de hoofdzaak naar de rol voor memorie van antwoord van de Staat, waarbij verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis is afgewezen en de hoofdzaak is verwezen naar de rol voor memorie van antwoord.