ECLI:NL:GHARN:2009:BJ3257
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen grondslag voor toerekening WOZ-waarde aan onderdelen van onroerende zaak
Belanghebbende is eigenaar van twee percelen bosgrond met een recreatiewoning, die door de Ambtenaar als één onroerende zaak zijn gewaardeerd voor de Wet WOZ. De Ambtenaar stelde de waarde vast op €136.000, wat door de rechtbank werd bevestigd, maar de rechtbank kende afzonderlijke waarden toe aan de opstal en bospercelen.
In hoger beroep stond centraal of de Wet WOZ toerekening van de waarde aan verschillende onderdelen van een onroerende zaak toestaat. Het Hof oordeelde dat de wet geen grondslag biedt voor een dergelijke toerekening en dat de Ambtenaar terecht één waarde voor het gehele object heeft vastgesteld. De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond moeten verklaren.
Het Hof vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 14 juli 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Ambtenaar wordt gegrond verklaard en het beroep van belanghebbende bij de rechtbank wordt ongegrond verklaard.