ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7735
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Kuiper
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang bij vordering ontruiming wegens traagheid procesvoering
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter Zwolle-Lelystad waarin een vordering tot ontruiming werd afgewezen. Het hof moest beoordelen of er in hoger beroep nog sprake was van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening.
De appellant had haar memorie van grieven pas anderhalf jaar na het instellen van het hoger beroep ingediend, zonder aannemelijk te maken dat het spoedeisend belang nog bestond. Het hof oordeelde dat de traagheid in de procesvoering niet voldoende was gerechtvaardigd en dat daardoor het spoedeisend belang ontbrak.
Daarnaast stelde het hof dat een ontruimingsvordering in kort geding alleen kan worden toegewezen indien met grote waarschijnlijkheid kan worden verwacht dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden en de ontruiming zal toewijzen. Gezien de onduidelijkheid over de huurachterstand en onderhoudstoestand van het gehuurde, kon dit niet worden aangenomen.
Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot ontruiming af wegens gebrek aan spoedeisend belang.