ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8517
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E. van der Herberg
- E.A.K.G. Ruys
- G.C. Gillissen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid rechtbank bij vordering tot gevangenhouding verdachte
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking tot gevangenhouding van verdachte door de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Arnhem. De vordering tot inbewaringstelling was behandeld door de rechter-commissaris van de rechtbank Arnhem, die ook de bewaring had bevolen. De feiten betreffen onder meer deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van witwassen met pleegplaats in de gemeente Barneveld, gelegen in het arrondissement Arnhem.
Het hof stelt vast dat de rechtbank Arnhem relatief bevoegd is omdat de pleegplaats binnen haar arrondissement ligt en de officier van justitie te Arnhem de vordering tot gevangenhouding heeft ingediend. De rechtbank Rotterdam, hoewel zitting houdende te Arnhem, is volgens het hof niet bevoegd om over de vordering tot gevangenhouding te beslissen. De beschikking tot gevangenhouding van 16 november 2006 en de herstelbeschikking van 10 juli 2009 worden daarom vernietigd.
Het hof oordeelt dat de voorlopige hechtenis nog zes dagen na het onherroepelijk worden van het arrest van kracht blijft, zodat het openbaar ministerie de vordering alsnog bij de juiste rechtbank kan indienen. De ondertekening van proces-verbaal en beschikking door een vice-president die niet aan de behandeling heeft deelgenomen, wordt als niet relevant beschouwd. Het hoger beroep is gericht tegen de herstelbeschikking van 10 juli 2009, die het hof ziet als een verbetering van de beschikking van 16 november 2006.
Uitkomst: De beschikking tot gevangenhouding van de rechtbank Rotterdam wordt vernietigd wegens onbevoegdheid en de voorlopige hechtenis blijft nog zes dagen van kracht.