ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8543
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over waardering en afschrijving pand voor inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001, waarin de Inspecteur de afschrijving op een pand had vastgesteld op basis van een taxatie van € 565.000 voor het verhuurde gedeelte. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.053.
In hoger beroep betwistte belanghebbende de taxatie van de Inspecteur en stelde dat de waarde van het pand hoger was, onderbouwd met een taxatierapport van een externe makelaar die een waarde van circa € 1.633.608 voor het gehele pand noemde, waarvan 80% verhuurd zou zijn. De Inspecteur voerde aan dat deze taxatie onrealistisch was vanwege onjuiste huurprijzen en een te hoge kapitalisatiefactor.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde hoger was dan € 565.000. De taxatie van de Inspecteur werd als betrouwbaarder beschouwd, mede gezien de aankoopprijs in 1999 en WOZ-waarden. Belanghebbende had onvoldoende onderbouwd welke verbouwingen de waarde zouden verhogen.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde dat de aanslag en de toegepaste afschrijving correct waren vastgesteld. Partijen werden niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de aanslag inkomstenbelasting 2001 correct vastgesteld op basis van een waardering van € 565.000 voor het verhuurde gedeelte van het pand.