ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8855
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen hoger beroep mogelijk tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek dwangakkoord wegens ontbreken vereiste gegevens
Appellanten, echtelieden, werden door de rechtbank Arnhem niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoeken tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en een dwangakkoord. Dit vanwege het ontbreken van een met redenen omklede verklaring van het college van burgemeester en wethouders of een daartoe gemandateerde instantie, zoals vereist in artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet Pro (Fw).
Het hof overweegt dat op grond van artikel 287a Fw geen hoger beroep mogelijk is tegen beslissingen tot niet-ontvankelijkheid van een verzoek ex artikel 287a Fw, tenzij sprake is van schending van fundamentele rechtsregels of toepassing buiten het toepassingsgebied van de wet. Appellanten stelden dat het appelverbod doorbroken moest worden, maar konden dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank had terecht geoordeeld dat de verklaring niet door het bevoegde gemeentelijke orgaan was afgegeven, maar door de advocaat van appellanten, die niet gemachtigd was. Het hof wijst het beroep af en bevestigt dat het mandateringsvereiste niet terzijde kan worden gesteld, ook niet vanwege praktische bezwaren die appellanten aanvoerden.
Het arrest bevestigt het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in faillissementsprocedures en benadrukt het belang van naleving van de formele vereisten voor verzoeken tot toepassing van een dwangakkoord. Het hoger beroep wordt verworpen, waarmee de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank blijft staan.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeken wegens ontbreken van een vereiste verklaring van een bevoegd gemeentelijk orgaan.