ECLI:NL:GHARN:2009:BK3129
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.F.J.N. van Osch
- M.J. van Zutphen
- B.F. Keulen
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsmacht Nederlandse rechter in gezagszaak over kinderen woonachtig in Rusland
De zaak betreft een geschil over het gezag van kinderen die sinds 2003 in Rusland verblijven bij hun moeder, nadat zij na omgang niet zijn teruggebracht naar de vader in Nederland. De vader verzocht de Nederlandse rechter om het gezag over de kinderen toe te wijzen, maar het hof oordeelde dat noch de EU-verordeningen, noch het Haags Kinderbeschermingsverdrag rechtsmacht aan de Nederlandse rechter toekennen.
De kinderen hebben hun gewone verblijfplaats sinds 2004 in Rusland, waar zij naar school gaan en hun sociale leven leiden. Het hof overwoog dat de Russische rechter beter in staat is de situatie te beoordelen en dat het perpetuatio fori-beginsel geen volledige toepassing vindt in deze context. De vader kon onvoldoende objectieve informatie over de situatie in Rusland aanleveren om een uitzondering op de hoofdregel te rechtvaardigen.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank Arnhem en verklaarde de Nederlandse rechter onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen. De vader werd geadviseerd zich tot de Russische rechter te wenden voor de geschilbeslechting over het gezag.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd en het verzoek van de vader wordt afgewezen.