ECLI:NL:HR:2006:AU5698
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afrekening na echtscheiding volgens huwelijkse voorwaarden en verrekening van lening voor echtelijke woning
Deze zaak betreft een geschil over de afrekening na echtscheiding tussen partijen die huwelijkse voorwaarden hadden gesloten met een Amsterdams verrekenbeding. Centraal stond de vraag of de rentebetalingen op een lening die tijdens het huwelijk was aangegaan voor de aanschaf van de echtelijke woning als kosten van de huishouding moesten worden beschouwd en dus niet voor verrekening in aanmerking kwamen als onverteerd inkomen.
Na eerdere uitspraken van de Hoge Raad en het gerechtshof werd het geschil opnieuw behandeld. Het hof had het bedrag dat de man aan de vrouw moest betalen vastgesteld op €15.745,--, maar de vrouw ging hiertegen in cassatie. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en stelde het bedrag vast op €31.433,96, vermeerderd met wettelijke rente.
De Hoge Raad overwoog dat de rentebetalingen op de lening niet als investering of belegging konden worden aangemerkt, maar als kosten van de huishouding in de zin van artikel 1:84 lid 1 BW Pro. Hierdoor komen deze rentebetalingen niet voor verrekening in aanmerking. Wel dienen de aflossingen op de lening als overgespaard inkomen te worden beschouwd en in de verrekening te worden betrokken.
Verder corrigeerde de Hoge Raad het door het hof toegepaste bedrag wegens een onjuiste vaststelling van de aflossingen en wees het toe op basis van een juiste berekening van de verhouding tussen aflossingen en totale lening, rekening houdend met de waarde van de woning. De zaak werd door de Hoge Raad zelf afgedaan, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €31.433,96 aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente.