ECLI:NL:GHARN:2009:BK4249
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indeplaatsstelling en medepacht in agrarische pachtzaak met nadruk op scholing en bedrijfsmatige exploitatie
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de echtgenote en schoonzoon van appellant voldoende waarborgen bieden voor een behoorlijke bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf, teneinde indeplaatsstelling of medepacht te verkrijgen. De pachtovereenkomst betreft een hoeve met bedrijfsgebouwen en landbouwgrond, waarvan de pachtovereenkomst recentelijk met maximaal één jaar is verlengd. De appellant vordert dat zijn echtgenote en schoonzoon als medepachter worden erkend dan wel dat zijn echtgenote in de plaats treedt van hemzelf als pachter.
De rechtbank wees de vordering toe voor de schoonzoon als medepachter, maar wees de overige vorderingen af. Zowel appellant als Dassen, de tegenpartij, zijn in hoger beroep gegaan met verschillende grieven. Het hof past het nieuwe recht toe, met name de artikelen 7:363 en 7:364 BW, en benadrukt dat de rechter bij indeplaatsstelling naar billijkheid beslist, waarbij het belang van de pachter en de waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering zwaar wegen.
Het hof stelt vast dat de echtgenote geen middelbare landbouwopleiding heeft, maar dat dit kan worden gecompenseerd door ruime praktische ervaring en gevolgde cursussen. Het economische belang van appellant en de bedrijfsmatige exploitatie van het gepachte zijn eveneens relevante factoren. Het hof beveelt een comparitie van partijen waarbij appellant zijn echtgenote en schoonzoon moet doen verschijnen om mondelinge toelichting te geven en stukken over opleiding, ervaring, bedrijfsresultaten en toekomstplannen te overleggen.
De comparitie zal dienen om nadere inlichtingen te verkrijgen over de scholing, ervaring, economische belangen en mogelijkheden tot bedrijfsmatige exploitatie, waarna het hof een definitieve beslissing zal nemen. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: Het hof beveelt een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan voor nadere toelichting over scholing, ervaring en bedrijfsmatige exploitatie.