ECLI:NL:GHARN:2009:BK4810
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aftrekbaarheid onderhoudsverplichting na echtscheiding
Belanghebbende, een voormalig gehuwde man, stelde in zijn aangifte inkomstenbelasting 2004 een bedrag van € 6.168 aan betalingen aan zijn ex-echtgenote in aftrek als onderhoudsverplichting. De Inspecteur betwistte dit en legde een navorderingsaanslag op, omdat een deel van deze betalingen volgens hem onderdeel was van de boedelscheiding en niet aftrekbaar was.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem. Het Hof onderzocht de echtscheidingsbeschikking en het verzoek tot echtscheiding en concludeerde dat niet expliciet was vastgelegd of de betalingsverplichting geheel als onderhoudsverplichting moest worden aangemerkt. Het Hof stelde vast dat een deel van de betalingen een compensatie vormde voor onderbedeling bij de boedelscheiding, met name de aflossing van een schuld aan een derde partij.
Op basis van een redelijke uitleg en de bewijsvoering achtte het Hof aannemelijk dat van de maandelijkse betaling van € 514 per maand € 185 niet als onderhoudsverplichting kon worden aangemerkt. Hierdoor werd het belastbaar inkomen uit werk en woning verlaagd van € 36.434 naar € 32.486. Tevens werden de proceskosten van belanghebbende toegewezen aan de Inspecteur.
Uitkomst: Het Gerechtshof verlaagt het belastbaar inkomen tot € 32.486 omdat een deel van de betaling aan de ex-echtgenote geen aftrekbare onderhoudsverplichting is.