ECLI:NL:GHARN:2009:BK6109
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting: kosten privé-boot aandeelhouder niet aftrekbaar als zakelijke kosten
Belanghebbende, een naamloze vennootschap, voerde in hoger beroep tegen de Inspecteur van de Belastingdienst over de aftrekbaarheid van kosten verbonden aan een motorjacht dat feitelijk diende voor privégebruik van haar aandeelhouder D. De rechtbank had het beroep van belanghebbende nog gegrond verklaard, maar het hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
Het geschil betrof de vraag of de kosten van de privé-boot en de grotere motorjacht (de J) zakelijk waren en dus aftrekbaar, dan wel dat deze kosten een uitdeling van winst aan de aandeelhouder vormden en niet ten laste van de winst konden komen. Het hof oordeelde dat het gebruik en de aanschaf van de J vooral dienden ter bevrediging van de persoonlijke behoeften van D, mede gelet op het ontbreken van een haalbaarheidsonderzoek, het feitelijke gebruik en het ontbreken van serieuze verhuuractiviteiten.
De facturen voor onderhoud aan de privé-boot die door belanghebbende werden betaald, werden eveneens als uitdeling aangemerkt. Het hof stelde vast dat de door belanghebbende aangedragen zakelijke motieven onvoldoende waren onderbouwd. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur, gericht op het toepassen van interne compensatie, werd gegrond verklaard. De winstcorrectie van de Inspecteur werd bevestigd, waardoor de aanslag niet te hoog was vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt afgewezen en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur gegrond verklaard, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd.