ECLI:NL:GHARN:2009:BK6402
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging schenkingsovereenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden en vermogensvermindering
In deze civiele zaak stond de geldigheid en uitvoering van schenkingsovereenkomsten centraal tussen appellant en twee stichtingen. Het hof bevestigde eerdere afwijzingen van vernietigingsgronden zoals bedreiging en bedrog, maar oordeelde dat het beroep op misbruik van omstandigheden verjaard is. De appellant voerde ook dwaling in de persoon aan, met name over de rol van [A] bij de stichtingen en het beheer van vermogen, hetgeen nader onderzoek vereist.
De feiten toonden een ingrijpende wijziging in de relatie tussen appellant en [A], met een drastische vermindering van het vermogen van appellant sinds het aangaan van de schenkingen. Het hof achtte deze omstandigheden dermate zwaarwegend dat de schenkingsovereenkomsten op grond van redelijkheid en billijkheid gewijzigd moeten worden. De appellant is niet langer gehouden tot betaling van de openstaande bedragen per datum van de dagvaarding, en reeds gedane betalingen kunnen als onverschuldigd worden teruggevorderd.
Het hof gaf partijen de gelegenheid om aanvullende jaarstukken en verslagen van de stichtingen te overleggen voor nader bewijs. Tevens wees het hof de proceskostenverdeling toe en hield het verdere beslissingen aan, met het oog op mogelijke fiscale gevolgen die buiten de civiele procedure vallen.
Uitkomst: De schenkingsovereenkomsten worden gewijzigd zodat appellant niet langer de openstaande bedragen verschuldigd is en reeds betaalde bedragen kan terugvorderen.