ECLI:NL:GHARN:2009:BK7028
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in inkomstenbelastingzaak over winst uit onderneming
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2005, waarbij de Inspecteur het belastbare inkomen had vastgesteld op €25.433. Belanghebbende stelde dat zij winst uit onderneming genoot, terwijl de Inspecteur dit ontkende en de WAO-AAW-uitkering corrigeerde. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem, dat oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Het hof stelde vast dat belanghebbende wel degelijk belang had bij het beroep, omdat het niet per definitie onmogelijk was een gunstiger beslissing te verkrijgen.
Het hof vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond omdat het betoog van belanghebbende alleen tot een verhoging van de aanslag zou leiden, en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Het hof zag geen reden voor terugwijzing naar de rechtbank en sprak geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en verklaart het hoger beroep gegrond maar inhoudelijk ongegrond, met vergoeding van het betaalde griffierecht.