ECLI:NL:GHARN:2009:BK7668
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.I.M.W. Bartelds
- C.G. Nunnikhoven
- J.A.W. Lensing
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs meineed na herziening vonnis
Verdachte werd vervolgd wegens meineed nadat zij tijdens een strafzaak tegen haar echtgenoot als getuige valselijk zou hebben verklaard. Aanvankelijk werd zij veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden door de politierechter Almelo.
De Hoge Raad verklaarde de aanvraag tot herziening van dit vonnis gegrond en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem. Tijdens het hoger beroep werden negen getuigen gehoord door de rechter-commissaris, die verklaringen aflegden over de relatie en de situatie tussen verdachte en haar echtgenoot.
Uit deze verklaringen en aanvullend bewijs bleek dat verdachte eerder valselijk haar man had beschuldigd uit wraakgevoelens, maar dat zij tijdens haar getuigenverklaring de waarheid sprak. Het hof vond geen aanwijzingen voor mishandeling, verkrachting of bedreiging en concludeerde dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde. De vrijspraak werd gemotiveerd met het ontbreken van medisch bewijs, de geloofwaardigheid van getuigenverklaringen en de erkenning van verdachte dat eerdere beschuldigingen vals waren.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van meineed wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.