ECLI:NL:HR:2009:BH2408
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens nieuwe getuigenverklaringen leidt tot vrijspraak valsheid onder ede
De aanvraag tot herziening betreft een veroordeling van de Rechtbank Almelo van 8 november 2005, waarbij de aanvraagster werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens het opzettelijk afleggen van een valse verklaring onder ede.
Bij de aanvraag werden nieuwe getuigenverklaringen overgelegd die de rechtbank niet kende. Deze verklaringen, afkomstig uit een arrest van het Gerechtshof Arnhem in een strafzaak tegen de echtgenoot van de aanvraagster, bevatten overtuigende aanwijzingen dat de rechtbank, indien zij deze verklaringen had gekend, de aanvraagster zou hebben vrijgesproken. De verklaringen tonen aan dat er geen bewijs was voor mishandeling of verkrachting zoals eerder gesteld, en dat de aangifte mogelijk een wraakactie was.
De Hoge Raad concludeert dat deze nieuwe feiten een omstandigheid vormen als bedoeld in artikel 457, eerste lid, onder 2°, Sv, die tot herziening kan leiden. De aanvraag wordt daarom gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt opgeschort of geschorst, en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor herbehandeling en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.