ECLI:NL:GHARN:2009:BK8032
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verrekening pachtbetalingen en ontbinding pachtovereenkomst
In deze civiele zaak stond de verrekening van teveel en te weinig betaalde pacht centraal, evenals de vraag of tekortschieten in de betalingsverplichting van de pachter ontbinding van de pachtovereenkomst rechtvaardigde.
Het hof heeft de door partijen overgelegde betalingsbewijzen en berekeningen beoordeeld en vastgesteld dat de pachter in de periode van 4 juni 1986 tot 1 mei 2006 in totaal meer pacht heeft betaald dan verschuldigd. Dit teveel betaalde bedrag mocht worden verrekend met achterstallige waterschapslasten en ruilverkavelings-/landinrichtingsrente. Hierdoor was er per saldo geen sprake van een vordering uit onverschuldigde betaling.
Verder oordeelde het hof dat de tekortkoming in de betalingsverplichting van de pachter onvoldoende was om de ontbinding van de pachtovereenkomst te rechtvaardigen, mede gelet op de langdurige relatie, familiale banden en het belang van de pachter bij voortzetting van de pacht.
Het hof verklaarde de eisvermeerdering van de geïntimeerde niet-ontvankelijk, vernietigde het vonnis in conventie voor het grootste deel, veroordeelde de appellant tot betaling van een bedrag vermeerderd met wettelijke rente, bekrachtigde het vonnis in reconventie en compenseerde de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 20.083,86 vermeerderd met wettelijke rente, eisvermeerdering geïntimeerde niet-ontvankelijk verklaard en ontbinding pachtovereenkomst afgewezen.