ECLI:NL:GHARN:2009:BK8820
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- M.L. van der Bel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag en uitleg arbeidsovereenkomst met betrekking tot doelstellingen
In deze zaak staat centraal de vraag of het ontslag van appellant door Fassin kennelijk onredelijk was in de zin van artikel 7:681 BW Pro. Appellant stelde dat het ontslag onterecht was en voerde twaalf grieven aan tegen het vonnis van de kantonrechter die het ontslag rechtmatig achtte.
Het hof heeft de arbeidsovereenkomst, met name artikel 6 lid Pro 3, uitgebreid geïnterpreteerd aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Hieruit volgt dat Fassin bevoegd was het dienstverband te beëindigen indien de gestelde doelstellingen twee jaar achtereen niet werden behaald, hetgeen in dit geval is vastgesteld.
Verder zijn de stellingen van appellant over negatieve beïnvloeding van de bedrijfsresultaten door Fassin, het concurrentiebeding, communicatie rondom het ontslag, en het niet volgen van de WOR-procedure beoordeeld en verworpen wegens onvoldoende onderbouwing of niet-toereikend bewijs.
Het hof concludeert dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep wordt verworpen. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was.