ECLI:NL:GHARN:2009:BL0057
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.M. Olthof
- R.A. van der Pol
- C.J. Laurentius-Kooter
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid arbitrageclausule en verleent tenuitvoerlegging buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraak
In deze civiele zaak tussen OAO Gavrilov-Jamskij L’nokombinat en Northern Linen B.V. stond de geldigheid van een arbitrageclausule en de tenuitvoerlegging van een buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraak centraal.
De hoofdovereenkomst bevatte een arbitrageclausule die arbitrage in Moskou voorschreef, terwijl een latere Amendment 1-A een forumkeuze voor de rechtbank in Arnhem en Nederlands recht bevatte. Het hof oordeelde dat de Amendment 1-A de geldigheid van de arbitrageclausule niet aantastte, mede omdat de Arbitrazh Rechtbank dit al had bevestigd onder Russisch recht.
Northern Linen voerde diverse verweren aan, waaronder onbevoegdheid tot ondertekening, gebrekkige oproeping en dat de arbitrage niet bevoegd was vanwege de Amendment 1-A. Deze verweren faalden omdat Northern Linen onvoldoende bewijs leverde en de toepasselijke regels en verdragsbepalingen dit niet ondersteunen.
Het hof vernietigde de eerdere afwijzende beschikking en verleende Gavrilov verlof om de scheidsrechterlijke uitspraak in Nederland ten uitvoer te leggen zonder zekerheidstelling. Verzoeken tot betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Northern Linen werd veroordeeld in de kosten van beide instanties. De uitspraak bevestigt het belang van duidelijke rechts- en forumkeuzeclausules en de strikte toetsing van weigeringsgronden onder het Verdrag van New York 1958.
Uitkomst: Het hof verleent verlof tot tenuitvoerlegging van de arbitrale uitspraak tegen Northern Linen zonder zekerheidstelling.