ECLI:NL:GHARN:2009:BL1045
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Redelijke en billijke invulling contractuele leemte bij uitkering depot koopprijs woning met bijgebouwen
In deze civiele zaak ging het om de vraag aan wie het depotbedrag van €150.000 uit de koopprijs van een woning met bijgebouwen toekomt, vanwege onzekerheid over de bouwvergunning voor de bijgebouwen. De koopakte bevatte een bepaling dat het depot aan koper zou toevallen indien uiterlijk 1 april 2007 geen onherroepelijke vergunning was verleend.
De vergunning werd op 19 maart 2007 verleend, maar werd pas onherroepelijk op 5 mei 2007, na het verstrijken van de bezwaartermijn van zes weken. Partijen waren het oneens over de uitleg van de bepaling en wie het depot mocht ontvangen. Het hof oordeelde dat partijen niet hadden voorzien dat de vergunning wel vóór 1 april zou worden verleend, maar pas daarna onherroepelijk zou worden.
Het hof paste de Haviltex-maatstaf toe en concludeerde dat een redelijke en billijke invulling van de contractuele leemte meebrengt dat het depot aan de verkoper toekomt, omdat de kopers geen nadeel hadden ondervonden door de korte overschrijding. Tevens werd de proceskostenveroordeling deels vernietigd en verminderd. Het conservatoire derdenbeslag vervalt zodra het arrest in kracht van gewijsde treedt.
Uitkomst: Het depotbedrag van €150.000 wordt toegekend aan de verkoper omdat de bouwvergunning onherroepelijk is geworden na de afgesproken datum zonder nadeel voor kopers.