ECLI:NL:GHARN:2009:BL2111
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht bank op aanvullende betaling bij oneigenlijke lossing in faillissement
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of de bank recht had op een aanvullende betaling van €6.000,-- bovenop het reeds betaalde bedrag van €1.368.500,-- door de curator in het faillissement van meerdere vennootschappen. De curator had met de bank een afspraak gemaakt over de verkoop van activa, waarbij sprake was van een zogenaamde 'oneigenlijke' lossing, waarbij de bank zou worden voldaan uit de opbrengst van de activa waarop zij zekerheidsrechten had.
Het hof stelde vast dat de curator niet-ontvankelijk was in het hoger beroep voor zover dit was ingesteld in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van VerkeersEducatie Centrum Drachten B.V., omdat hij in die hoedanigheid niet partij was in eerste aanleg. Ten aanzien van de overige faillissementen vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank Almelo en wees het de vordering van de bank af.
Het hof motiveerde dat de bank geen recht had op de aanvullende €6.000,-- omdat dit bedrag het gevolg was van het 'schuiven met bedragen' in de concept-koopovereenkomst, waarbij de bank duidelijk was gemaakt dat de bedragen waren aangepast. De bank had als pandhouder de plicht om na te gaan of deze wijzigingen gevolgen hadden voor haar aanspraken, zeker omdat sommige zaken als bodemzaken waren aangemerkt waarop de bank geen recht had.
De curator had een vergissing gemaakt, maar dit rechtvaardigde niet dat de bank meer zou ontvangen dan haar op grond van haar zekerheidsrechten toekwam. De bank werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de bank af en veroordeelt de bank in de proceskosten; de curator wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep in één faillissement.