ECLI:NL:GHARN:2009:BL2956
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over toerekenbare tekortkoming advocaat in nakoming overeenkomst van opdracht
In deze zaak staat centraal of de advocaat van de cliënt toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn overeenkomst van opdracht. De cliënt vordert een voorschot op schadevergoeding wegens het niet tijdig doorhalen van een executoriaal beslag, waardoor dwangsommen zijn verbeurd.
De advocaat stelt dat de tuchtrechter bevoegd is en dat hij de vereiste zorg heeft betracht door tijdig instructies aan de deurwaarder te geven. De discussie ontstond doordat de deurwaarder zijn werkzaamheden opschortte vanwege een openstaande rekening, zonder dat de advocaat hiervan direct op de hoogte was.
Het hof oordeelt dat de burgerlijke rechter bevoegd is en dat het spoedeisend belang van de cliënt voldoende aannemelijk is. Echter, het hof vindt niet dat de advocaat voorshands tekortgeschoten is, mede omdat de cliënt hem niet tijdig heeft geïnformeerd over de dwangsommen en er een hoog restitutierisico bestaat.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de vordering van de cliënt afgewezen. De cliënt wordt veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de cliënt tegen zijn advocaat af wegens onvoldoende aannemelijkheid van toerekenbare tekortkoming.