ECLI:NL:GHARN:2009:BL3696
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verplaatsing schutting en verkrijging door verjaring van strook grond
In deze civiele zaak staat centraal of appellant door verjaring eigenaar is geworden van een strook grond met een haag die tussen zijn perceel en dat van geïntimeerde lag, en of appellant de schutting die op die strook staat moet verplaatsen tot op de wettelijke erfgrens.
Appellant voerde aan dat hij sinds 1992 de haag en strook grond te goeder trouw bezat en zich eigenaar achtte, onder meer omdat de haag reeds aanwezig was bij aankoop. Geïntimeerde stelde dat de haag gezamenlijk eigendom was en dat de schutting niet op de erfgrens stond. Het hof oordeelde dat appellant niet ondubbelzinnig bezit had van de strook en dat het enkele snoeien of verwijderen van de haag in onderling overleg niet wijst op exclusief bezit.
Het hof verwierp ook het beroep van appellant op misbruik van bevoegdheid en rechtsverwerking en oordeelde dat de kosten van de kadastrale meting voortvloeien uit de onrechtmatige inbreuk op het eigendomsrecht van geïntimeerde. De vermeerderde eis van geïntimeerde tot verplaatsing van tuingrond langs de garage werd afgewezen wegens onvoldoende belang, mede omdat appellant al verplicht is geïntimeerde tijdelijk toegang te verlenen voor onderhoud.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zutphen, veroordeelde appellant in de kosten van het principaal hoger beroep en geïntimeerde in de kosten van het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant de schutting moet verplaatsen tot op de wettelijke erfgrens en wijst de vermeerderde eis van geïntimeerde af.