ECLI:NL:PHR:2008:BD7601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen verkrijging recht van opstal door verjaring op perceel van ander
De zaak betreft een geschil over de verkrijging door verjaring van een recht van opstal op een perceel grond dat eigendom is van verweerder. Eiseres en haar ouders hadden in 1942 toestemming gekregen van de toenmalige eigenaren om een recreatiewoning te bouwen op het perceel. Eiseres stelde dat zij door onafgebroken bezit van de recreatiewoning en het perceel gedurende meer dan twintig jaar door verjaring eigendom had verkregen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen bezit van het perceel kon aantonen en verklaarde dat zij door verjaring wel eigenaar was geworden van de recreatiewoning. Verweerder werd eigenaar van het perceel. Het hof bevestigde dat eiseres geen bezit van het recht van opstal had en dat zij geen eigenaar was van de recreatiewoning, omdat bezit van het perceel en bezit van een beperkt zakelijk recht elkaar uitsluiten.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat eiseres geen recht van opstal door verjaring had verkregen. Het hof had terecht geoordeeld dat eiseres zich primair op het standpunt had gesteld dat zij bezitter was van het perceel en dat dit het bezit van een recht van opstal uitsluit. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat eiseres geen recht van opstal door verjaring heeft verkregen.