ECLI:NL:GHARN:2009:BL8302
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitputtingsverweer en toewijsbaarheid merkinbreukvorderingen in cosmeticazaak
In deze merkenzaak heeft het Gerechtshof Arnhem na verwijzing van de Hoge Raad het hoger beroep behandeld waarin de vennootschappen Lancaster c.s. (appellanten) hun merkrechten lieten gelden tegen geïntimeerden die cosmetica verhandelden. Het geschil betrof de vraag of sprake was van uitputting van rechten binnen de Europese Economische Ruimte (EER).
Het hof oordeelde dat de geïntimeerden onvoldoende hadden aangetoond dat er een reëel gevaar bestond dat nationale markten werden afgeschermd door het selectieve distributiesysteem van Lancaster c.s. Hierdoor bleef de bewijslast bij de geïntimeerden liggen, die niet slaagden in het leveren van bewijs dat de producten met toestemming binnen de EER waren gebracht. Het uitputtingsverweer werd daarom verworpen.
Vervolgens stelde het hof vast dat de geïntimeerden inbreuk maakten op de merkrechten door het zonder toestemming verhandelen van de inbeslaggenomen producten. Het hof verbood verdere inbreuken met onmiddellijke ingang, legde een informatieplicht op over leveranciers en inkoopprijzen, en bepaalde afgifte van de inbeslaggenomen producten. Tevens werd een schadevergoeding op te maken bij staat toegewezen.
De vorderingen in reconventie van geïntimeerden werden afgewezen wegens niet voldoen aan de instellingsvoorwaarden. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en dwangsommen werden opgelegd ter handhaving van het verbod en de bevelen.
Uitkomst: Het uitputtingsverweer werd verworpen en de merkinbreukvorderingen werden toegewezen met verbod, informatieplicht, afgifte en schadevergoeding.