ECLI:NL:GHARN:2009:BL9006
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.L. van der Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst Nederlands recht en ontbinding met vergoeding
In deze zaak stond centraal welk recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde, en de gevolgen van de ontbinding daarvan. De arbeidsovereenkomst was in 1994 gesloten zonder expliciete rechtskeuze. Appellant stelde dat Duits recht van toepassing was, terwijl geïntimeerde betoogde dat Nederlands recht geldt omdat de werkzaamheden voornamelijk in Nederland werden verricht.
Het hof oordeelde dat er geen stilzwijgende keuze voor Duits recht was gemaakt en dat de arbeidsovereenkomst nauwer verbonden is met Nederland. Dit volgt uit artikel 6 lid 2 EVO Pro, omdat geïntimeerde haar werkzaamheden gewoonlijk in Nederland verrichtte. De omstandigheden zoals betaling in Duitse marken en woonplaats in Duitsland wegen niet zwaarder.
Verder werd geoordeeld dat de door appellant gebruikte Änderungskündigung, een Duitse rechtsfiguur waarbij de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd onder gelijktijdige aanbieding van een andere functie, niet als opzegging onder Nederlands recht kan worden beschouwd. De arbeidsovereenkomst eindigde daarom pas op 15 december 2007 bij beschikking van de kantonrechter, waarbij een vergoeding werd toegekend.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter van 15 augustus 2007 en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. De grieven van appellant werden afgewezen, waarmee de arbeidsovereenkomst onder Nederlands recht werd beoordeeld en de ontbinding met vergoeding gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en bevestigt dat Nederlands recht van toepassing is en de arbeidsovereenkomst per 15 december 2007 is ontbonden met toekenning van een vergoeding.