ECLI:NL:PHR:2012:BS8791
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijk recht op arbeidsovereenkomst bij langdurige werkzaamheden in Nederland met Duitse verbondenheid
In deze zaak staat de vraag centraal welk recht van toepassing is op een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer langdurig in Nederland werkt, maar andere relevante aanknopingspunten wijzen op Duitsland. De werknemer was jarenlang als 'Geschäftsführerin/Vertrieb' in Nederland werkzaam, terwijl de werkgever een Duitse rechtspersoon is en andere arbeidsvoorwaarden aan Duits recht gerelateerd zijn.
De kantonrechter en het gerechtshof Arnhem oordeelden dat geen stilzwijgende rechtskeuze voor Duits recht is gemaakt en dat op grond van artikel 6 lid 2 onder Pro a EVO het Nederlandse recht van toepassing is, omdat de werknemer haar werkzaamheden gewoonlijk in Nederland verrichtte. De exceptieclausule van artikel 6 lid 2 slot Pro EVO, die toepassing van Duits recht mogelijk maakt indien de arbeidsovereenkomst nauwer verbonden is met Duitsland, werd niet van toepassing geacht vanwege het langdurige en permanente karakter van de werkzaamheden in Nederland.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en wijst erop dat het beschermingsbeginsel in artikel 6 lid 2 EVO Pro ertoe leidt dat bij langdurige arbeid in Nederland het Nederlandse recht geldt, ook als andere factoren op Duitsland wijzen. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over de uitleg van artikel 6 lid 2 EVO Pro, met name over de betekenis van de exceptieclausule.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van het Europese arbeidsrecht en het beschermingsbeginsel bij grensoverschrijdende arbeidsovereenkomsten, waarbij de feitelijke arbeidsplaats en de duur van de werkzaamheden cruciaal zijn voor de rechtskeuze.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Nederlands recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst vanwege het langdurige karakter van de werkzaamheden in Nederland, ondanks andere aanknopingspunten naar Duitsland.