ECLI:NL:GHARN:2009:BL9037
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor OPS door blootstelling aan schadelijke stoffen en bewijslastverdeling
In deze civiele zaak vorderen appellanten schadevergoeding wegens het lijden van appellant sub 2 aan het Organo Psycho Syndroom (OPS), veroorzaakt door blootstelling aan schadelijke stoffen tijdens zijn werkzaamheden bij geïntimeerden. De aansprakelijkheid van de werkgever wordt beoordeeld aan de hand van artikel 7:658 BW Pro, waarbij de werkgever aansprakelijk is tenzij hij aantoont aan zijn zorgplicht te hebben voldaan of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
De kantonrechter heeft in eerdere vonnissen vastgesteld welke feiten en omstandigheden vaststaan omtrent de werkzaamheden en blootstelling, en heeft bewijs opgedragen. De deskundigen erkenden blootstelling aan neurotoxische stoffen, maar konden de intensiteit en het causaal verband met de gezondheidsklachten niet vaststellen. Het hof overweegt dat de enkele blootstelling niet voldoende is voor toepassing van de bewijslastverdeling volgens de Hoge Raad; er moet duidelijkheid zijn over de mate van blootstelling die de klachten kan veroorzaken.
Het hof oordeelt dat appellanten niet voldoende bewijs hebben geleverd voor het causaal verband en bevestigt dat de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro geldt: appellanten moeten het causaal verband bewijzen. De grieven van appellanten worden afgewezen, de bestreden vonnissen worden bekrachtigd en de zaak wordt terugverwezen naar de kantonrechter voor verdere behandeling. Appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere behandeling, waarbij appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.