ECLI:NL:GHARN:2009:BL9257
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid loonvordering wegens ontbreken deskundigenbericht en gezag van gewijsde
In deze zaak vorderde appellant loonbetaling over de periode van 28 april 2002 tot 19 maart 2004, omdat hij wegens ziekte niet kon werken. De kantonrechter verklaarde appellant in eerste procedure niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een deskundigenbericht zoals vereist in artikel 7:629a BW.
Appellant stelde vervolgens een nieuwe loonvordering in over dezelfde periode zonder een dergelijk deskundigenbericht te overleggen. Het hof oordeelde dat dit niet is toegestaan omdat de wet juist beoogt snel duidelijkheid te scheppen over arbeidsongeschiktheid en dat het achteraf alsnog overleggen van een deskundigenbericht in een nieuwe procedure strijdig is met deze doelstelling.
Daarnaast heeft appellant geen hoger beroep ingesteld tegen het eerdere vonnis, waardoor dit vonnis gezag van gewijsde heeft gekregen. Het starten van een nieuwe procedure om alsnog loon te vorderen zou het gesloten stelsel van rechtsmiddelen ondermijnen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart de loonvordering niet-ontvankelijk wegens ontbreken deskundigenbericht en gezag van gewijsde.