ECLI:NL:GHARN:2010:BL0283
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag fosfaatheffing wegens bewilliging mestleveringen zonder controle
Belanghebbende, een akkerbouwer, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het jaar 2003 wegens vermeende onjuiste fosfaatheffing. De Inspecteur rekende 12 vrachten mest mee die belanghebbende volgens eigen zeggen niet had ontvangen. Deze mest was geleverd via een intermediair, A, die door belanghebbende en diens zwager B was ingeschakeld.
Tijdens het hoger beroep betwistte belanghebbende dat de 12 vrachten op zijn grond waren gebracht. Het hof oordeelde dat de Inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de mest daadwerkelijk was uitgereden op het bedrijf van belanghebbende. Belanghebbende had geen controle uitgeoefend en erkende niet te weten hoeveel mest was geleverd.
Juridisch werd geoordeeld dat bewilliging van mestlevering niet alleen afhankelijk is van actieve betrokkenheid bij de storting, maar ook uit gedragingen kan blijken. Door afspraken te maken en vervolgens niets te ondernemen na ontvangst van afleveringsbewijzen en analyseresultaten, had belanghebbende de storting van de mest feitelijk bewilligd.
De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.