ECLI:NL:RBARN:2009:BL8038
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag fosfaatheffing op grond van Meststoffenwet
Eiser, een akkerbouwer, kreeg een naheffingsaanslag fosfaatheffing opgelegd voor het jaar 2003 omdat volgens de inspectie 877 kilogram fosfaat aan mest niet was verwerkt in zijn aangifte. De Algemene Inspectiedienst (AID) voerde een onderzoek uit en concludeerde dat de mest wel degelijk op het bedrijf van eiser was afgeleverd, ondanks dat op de vervoersbewijzen een verkeerde afnemer stond vermeld.
Eiser betwistte de aanslag en voerde onder meer aan dat hij de vervoersbewijzen niet had ondertekend en dat de mest zowel aan zijn bedrijf als aan een loonwerker was toegerekend. De rechtbank oordeelde dat de bevindingen van de AID, waaronder verklaringen en financiële documenten, aannemelijk maken dat de mest op het bedrijf van eiser is afgeleverd. Het ontbreken van een handtekening op de vervoersbewijzen vond de rechtbank onvoldoende om het tegendeel aan te nemen.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag fosfaatheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.