ECLI:NL:GHARN:2010:BL3681
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- P.H. Veling
- J.K.B. van Daalen
- F.J.A. baron van Verschuer
- H.K.C. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling BOSO-quotum en pachtovereenkomst bij leegstand en melkquotum
In deze zaak staat centraal de toekenning en berekening van het BOSO-quotum in verband met leegstand binnen een pachtovereenkomst tussen partijen. De pachter en verpachter zijn het oneens over de hoeveelheid grond die in 1983 aan melkproductie dienstbaar was, wat bepalend is voor het hectaregemiddelde en daarmee voor het quotum.
Het hof verduidelijkt dat voor het BOSO-quotum, anders dan bij regulier melkquotum, niet strikt vereist is dat de grond zowel in 1983 als bij toekenning in gebruik was, maar dat ook latere in gebruik genomen gronden meetellen. Het referentiejaar voor de hoeveelheid grond wordt in beginsel gesteld op 1979, gelet op de meitellinggegevens en eerdere jurisprudentie.
De pachter wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs omtrent de omvang van de grond die in 1983 aan melkproductie dienstbaar was, waarbij het hof een procedure met getuigenverhoor aanwijst. De vordering tot ontbinding van de pachtovereenkomst wegens onderverpachting en weiden van paarden van derden wordt afgewezen, omdat deze tekortkomingen onvoldoende zijn om ontbinding te rechtvaardigen.
Het hof houdt verdere beslissing aan en beoogt met partijen een minnelijke regeling te beproeven, waarbij het bewijsproces wordt voortgezet onder leiding van een raadsheer-commissaris en deskundigen.
Uitkomst: Het hof laat tegenbewijs toe over de grondoppervlakte voor het BOSO-quotum en wijst de vordering tot ontbinding van de pachtovereenkomst af.