ECLI:NL:GHARN:2010:BL3715
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens lening aan betaaldvoetbalorganisatie
Belanghebbende, verbonden aan een advocatenmaatschap, verstrekte in 1995 via een gevolmachtigde een bedrag van ƒ 25.000 aan een betaaldvoetbalorganisatie (de Stichting) onder een overeenkomst die een lening met variabele rente koppelde aan de transfersom van een speler. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat het voordeel uit deze transactie als inkomsten uit vermogen werd aangemerkt.
Na eerdere procedures en een verwijzing door de Hoge Raad, behandelde het gerechtshof Arnhem het geschil. Het hof stelde vast dat de overeenkomst een geldlening betreft, waarbij de rente afhankelijk is van de transfersom van de speler. De geldgevers hadden geen economisch eigendom van de transfersom en de Stichting behield de volledige zeggenschap over de transfer.
Belanghebbende voerde aan dat het om een onbelaste vermogenswinst ging en dat hij niet bekend was met de overeenkomst, maar het hof achtte aannemelijk dat hij op de hoogte was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd buiten behandeling gelaten. Het hof concludeerde dat het voordeel als inkomsten uit vermogen moet worden belast en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het voordeel uit de lening als inkomsten uit vermogen belast moet worden.