ECLI:NL:GHARN:2010:BL3731
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.J.H. van Suilen
- J. van de Merwe
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Waardebepaling woning met bodemverontreiniging aangrenzend terrein volgens Wet WOZ
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de a-straat 1 te Z voor het kalenderjaar 2007, omdat hij meende dat de waardedruk door bodemverontreiniging op het aangrenzende A-terrein onvoldoende was verwerkt. De waarde was vastgesteld op € 235.000 met als peildatum 1 januari 2005.
Het Hof oordeelde dat vanwege de specifieke situatie van de woning direct grenzend aan het A-terrein, de waarde moest worden bepaald naar de staat op 1 januari 2007, conform artikel 18 lid Pro 3c Wet WOZ. De bodemverontreiniging op het A-terrein was algemeen bekend sinds eind 2006 en had een waardedrukkende invloed. Uit bodemonderzoek bleek echter dat de grond van belanghebbendes perceel niet verontreinigd was.
Het Hof stelde de waardedruk door de mogelijke bodemverontreiniging vast op 5%, maar concludeerde dat deze waardedruk niet leidde tot verlaging van de vastgestelde waarde. Dit omdat de taxatie was gebaseerd op vergelijkbare referentieobjecten in de buurt, waarbij het grotere perceel van belanghebbende juist een hogere waarde rechtvaardigde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 235.000 wordt bevestigd.