ECLI:NL:GHARN:2010:BL5008
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bouwleges: vaststelling bouwkosten en rechtmatigheid legesheffing
Belanghebbende, X B.V., ontving op 29 december 2006 een bouwlegesnota van €137.093,75 voor een bouwproject aan de A-straat te Apeldoorn. Tegen deze heffing maakte belanghebbende bezwaar, dat werd afgewezen door de heffingsambtenaar. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde daarop hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid en hoogte van de bouwleges, waarbij discussie bestond over de juiste toepassing van de Legesverordening 2005 of 2006 en de juiste vaststelling van de bouwkosten. Belanghebbende voerde aan dat de bouwkosten lager waren dan door de ambtenaar geraamd en dat de verkeerde tarieventabel was toegepast. De ambtenaar stelde dat de aanvraag in 2006 in behandeling was genomen en dat de bouwkosten moesten worden geraamd vanwege onvoldoende onderbouwing door belanghebbende.
Het hof oordeelde dat de ambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de aanvraag in 2006 in behandeling was genomen, maar dat de bouwkostenraming van de ambtenaar onvoldoende was onderbouwd. De offerte van A BV bood geen volledige onderbouwing, en de gebruikte taxatieboekjes waren niet passend. Het hof stelde de bouwkosten daarom in goede justitie vast op €6.000.000 inclusief omzetbelasting, en berekende de bouwleges dienovereenkomstig op €105.045 plus €9.500 voor procedurevrijstelling.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de ambtenaar, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende. Tevens werd de gemeente Apeldoorn gelast het door belanghebbende betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het hof vermindert de bouwleges tot €114.545 en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.