ECLI:NL:GHARN:2010:BL6009
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voortzetting wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks nieuwe schuld aan UWV
In deze zaak heeft de rechtbank Arnhem op 3 december 2009 de wettelijke schuldsaneringsregeling van appellant tussentijds beëindigd vanwege het ontstaan van een nieuwe schuld aan het UWV. Deze schuld betrof een terugvordering van €13.005,28 bruto wegens ten onrechte ontvangen WAO-toeslag over de periode 1 januari 2004 tot 1 juli 2008.
Appellant kwam in hoger beroep en voerde aan dat hij te goeder trouw handelde, de aanvraag voor de toeslag ruim voor de toelating tot de schuldsaneringsregeling had ingediend en niet bewust was van de terugvordering vanwege gezondheidsproblemen en loonbeslag. Het hof oordeelde dat de schuld juridisch gezien is ontstaan op de datum van het terugvorderingsbesluit (15 juli 2009), dus tijdens de regeling, maar dat appellant onvoldoende verwijt kan worden gemaakt voor het ontstaan van deze schuld.
Gezien de omstandigheden, waaronder het ontbreken van herinneringen van het UWV en de cognitieve beperkingen van appellant door een herseninfarct, acht het hof het onevenredig om de regeling te beëindigen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet, met de kanttekening dat voor de nieuwe schuld geen schone lei wordt verleend.
Het hof gaat ervan uit dat appellant geen nieuwe bovenmatige schulden zal laten ontstaan en zich aan zijn verplichtingen zal houden gedurende de resterende looptijd van de regeling.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt voortgezet, maar de nieuwe schuld aan het UWV wordt niet kwijtgescholden.