ECLI:NL:GHARN:2010:BL6422
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling na faillissement wegens misdrijfgerelateerde schuld
Appellante, een alleenstaande vrouw met een aanzienlijke schuldenlast, waaronder een grote schuld wegens een schadevergoeding uit onrechtmatige daad, werd failliet verklaard. Na afwijzing van haar verzoek tot opheffing van het faillissement met toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, ging zij in hoger beroep.
Zij voerde aan dat de schuld aan [A], die het merendeel van haar schuldenlast uitmaakt, buiten beschouwing moest worden gelaten omdat deze voortvloeit uit een door het hof vastgesteld arrest met een aanvangsdatum van meer dan vijf jaar geleden. Tevens stelde zij dat zij naar vermogen had afgelost en dat het faillissement noch de schuldsaneringsregeling in het voordeel van schuldeiser [A] zou zijn.
Het hof oordeelde dat de schuld voortvloeit uit een schadevergoeding die verband houdt met een strafbaar feit waarvoor appellante en schuldeiser in Turkije gevangen hebben gezeten. Hierdoor is de schuld aan te merken als een schuld in de zin van artikel 358 lid 4 Faillissementswet Pro, waarvoor een langere termijn dan vijf jaar geldt. Gezien de aard van het misdrijf is het verzoek tot schuldsanering op grond van artikel 288 lid 2 onder Pro c Faillissementswet terecht afgewezen.
Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank Almelo wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep faalt en het vonnis tot afwijzing van het verzoek tot schuldsanering wordt bekrachtigd.