ECLI:NL:GHARN:2010:BL7209
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag toeristenbelasting campinghouder en beginselen van behoorlijk bestuur
Belanghebbende, exploitant van een camping met toeristische standplaatsen, kreeg voor 2006 een aanslag toeristenbelasting opgelegd van €1.524,24, berekend op basis van een forfaitaire methode volgens de gemeentelijke verordening. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de aanslag onjuist was en dat de gemeente het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel had geschonden.
Het hof oordeelde dat de gemeente bevoegd was de verordening vast te stellen en dat de forfaitaire berekeningsmethode, gebaseerd op gemiddeld aantal bezette standplaatsen vermenigvuldigd met 365 dagen en 2,4 personen, een redelijke benadering vormt van het werkelijke aantal overnachtingen. De eerdere afspraak met de oude gemeente was rechtsgeldig opgezegd met voldoende termijn voor aanpassing, zodat geen schending van het vertrouwensbeginsel is. Het verschil in berekeningsmethoden tussen vaste en toeristische standplaatsen werd gerechtvaardigd geacht vanwege praktische overwegingen.
Verder concludeerde het hof dat geen sprake was van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel of rechterlijke onpartijdigheid. De rechtbankuitspraak werd vernietigd om de ambtshalve vermindering van de aanslag tot €1.027,30 te formaliseren. De gemeente werd gelast het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Proceskostenvergoeding werd afgewezen wegens coulance van de ambtenaar.
Uitkomst: De aanslag toeristenbelasting is ambtshalve vastgesteld op €1.027,30 en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.