ECLI:NL:GHARN:2010:BL7305
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing faillissementsaanvraag wegens vermeend misbruik van recht
De zaak betreft een hoger beroep van RWE Energy Nederland N.V. tegen de beschikking van de rechtbank Arnhem die haar verzoek tot faillietverklaring van geïntimeerde had afgewezen. De rechtbank oordeelde dat niet was gebleken dat geïntimeerde meer schulden onbetaald liet en dat er geen faillissementstoestand bestond, mede omdat de grootste schuldeiser, ABN AMRO, instemde met een reddingsplan en kredietverlening.
RWE betoogde dat geïntimeerde wel degelijk is opgehouden te betalen, onder meer vanwege een opeisbare vordering van ruim € 600.000,- en het feit dat geïntimeerde andere schuldeisers volledig had voldaan terwijl RWE niet werd betaald. Geïntimeerde stelde dat er geen pluraliteit van schuldeisers was en dat RWE misbruik van recht maakte door het faillissement aan te vragen.
Het hof stelde vast dat de opeisbare vordering van RWE niet werd betwist en dat ABN AMRO eveneens een substantiële vordering heeft, waardoor pluraliteit van schuldeisers bestaat. Het hof oordeelde dat geïntimeerde in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen en dat er geen sprake is van misbruik van recht door RWE.
Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verklaarde geïntimeerde in staat van faillissement, benoemde een rechter-commissaris en stelde een curator aan. Tevens gaf het hof de curator de bevoegdheid tot het openen van aan de gefailleerde gerichte correspondentie.
Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing van de faillissementsaanvraag en verklaart geïntimeerde in staat van faillissement.