ECLI:NL:PHR:2010:BM7811
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillissementsverklaring ondanks verweer misbruik bevoegdheid en betalingsachterstand
In deze zaak heeft RWE Energy Nederland N.V. de rechtbank Arnhem verzocht om de eenmanszaak van eiser tot cassatie, exploitant van [A], in staat van faillissement te verklaren wegens onbetaalde vorderingen. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet was gebleken dat er meer schulden onbetaald werden gelaten dan die aan RWE en de grootste schuldeiser, ABN AMRO, instemde met een reddingsplan.
Het hof Arnhem vernietigde deze beschikking en verklaarde eiser alsnog failliet, stellende dat sprake was van pluraliteit van schuldeisers en dat eiser in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Het hof verwierp ook het verweer dat RWE misbruik van recht maakte door het faillissement aan te vragen om een signaal naar de bank te sturen.
In cassatie betoogde eiser dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over het begrip 'opgehouden te betalen' en onvoldoende had gemotiveerd waarom het verweer van misbruik van bevoegdheid werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof wel degelijk had onderzocht of eiser was opgehouden te betalen en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was. Ook was het hof niet gehouden om diepgaand in te gaan op de stellingen omtrent het sturen van een signaal naar de bank en het ontbreken van een redelijk belang van RWE.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het faillissementsarrest van het hof Arnhem.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het faillissement wordt bevestigd.