ECLI:NL:GHARN:2010:BL8115

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
10 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-002912-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 Wetboek van Militair StrafrechtArt. 410a Wetboek van StrafvorderingArt. 22 Wetboek van Militair TuchtrechtArt. 15 Wetboek van Militair TuchtrechtArt. 27 Wetboek van Militair Tuchtrecht
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken materiële wederrechtelijkheid bij dienstbevel en interne orde handhaving

Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de militaire politierechter in Arnhem, waarin verdachte, majoor der Koninklijke Marechaussee, werd beschuldigd van het feitelijk bedreigen en aanranden van een andere militair door krachtig duwen en vasthouden.

De verdediging voerde onder meer aan dat het verlofstelsel niet correct was toegepast en dat de zaak een interne tuchtkwestie betrof, waarvoor het strafrecht niet geschikt zou zijn. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het verlofstelsel wel degelijk van toepassing was en dat het strafrecht voorrang heeft boven het militair tuchtrecht.

Feitelijk had verdachte een dienstbevel gegeven aan de andere militair om het bureau te verlaten vanwege diens ongewenst gedrag, waarbij verdachte maatregelen nam door de militair uit de kamer te duwen nadat deze niet gehoorzaamde. Het hof achtte deze maatregel proportioneel en passend, waardoor de materiële wederrechtelijkheid ontbrak.

Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht met deze beslissing.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken materiële wederrechtelijkheid bij het duwen van een militair in het kader van een dienstbevel.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-002912-09
Uitspraak d.d.: 10 februari 2010
TEGENSPRAAK
Arrest van de militaire kamer
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire politierechter in de rechtbank Arnhem van 17 juli 2009 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres],
majoor der Koninklijke Marechaussee.
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 januari 2010 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat aan verdachte geen straf of maatregel dient te worden opgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr P. Reitsma, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het op andere gronden tot zijn beslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij als militair op of omstreeks 10 september 2008, te of nabij [x],
in elk geval in Nederland, opzettelijk [A], die toen militair was,
althans die bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam was, feitelijk
heeft bedreigd met geweld en/of feitelijk heeft aangerand door toen en daar
opzettelijk (met kracht) tegen de schouder/het lichaam van die [A] te
duwen en/of door die [A] (met kracht) aan het bovenlichaam en/of (de)
arm(en) vast te pakken en/of vervolgens (met kracht) die [A]te duwen.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
De verweren
Door de raadsman is aangevoerd dat in de onderhavige zaak de weg van het verlofstelsel zoals neergelegd in artikel 410a van het Wetboek van Strafvordering gevolgd had moeten worden. Dat is niet gebeurd. De raadsman stelt dat “het schrijven” van mr E.A.K.G. Ruys van 18 januari 2010, geen beschikking is ingevolge het verlofstelsel. Die kan volgens de raadsman slechts inhouden dat wel of geen verlof wordt verleend.
Het hof is van oordeel dat voornoemde beslissing van de verlofrechter van 18 januari 2010 wel degelijk een beslissing als bedoeld in artikel 410a van het Wetboek van Strafvordering is. Als de verlofrechter van oordeel is (“verstaat”) dat een zaak niet is onderworpen aan het verlofstelsel, mist hij de bevoegdheid om verlof te verlenen of af te wijzen. De zittingsrechter is aan die beslissing gebonden en verwerpt daarom het verweer.
Door de verdediging is voorts aangevoerd dat in de onderhavige zaak gesproken kan worden van een flutzaak. Het betreft volgens de raadsman een kwestie over de interne orde waarop binnen de defensie-organisatie het tuchtrecht van toepassing is. De raadsman voert aan dat aan verdachte wellicht overtreding van de gedragsregel van artikel 22 Wetboek Pro van militair tuchtrecht (WMT) verweten had kunnen worden, maar dat niet voor de onderhavige procedure gekozen had mogen worden.
Het hof verwerpt ook dit verweer. Artikel 22 WMT Pro geniet geen voorrang boven artikel 140 Wetboek Pro van Militair Strafrecht. Het enkele feit dat het om een zaak met een gering belang gaat, maakt niet dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij als militair op of omstreeks 10 september 2008, te of nabij [x]
in elk geval in Nederland, opzettelijk [A] die toen militair was,
althans die bij of ten behoeve van de krijgsmacht werkzaam was, feitelijk
heeft bedreigd met geweld en/of feitelijk heeft aangerand door toen en daar
opzettelijk (met kracht) tegen de schouder/het lichaam van die [A] te
duwen en/of door die [A] (met kracht) aan het bovenlichaam en/of (de)
arm(en) vast te pakken en/of vervolgens (met kracht) die [A] te duwen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op het misdrijf:
Als militair opzettelijk een andere militair feitelijk aanranden.
Verdachte wilde op 10 september 2008 een gesprek met opperwachtmeester [A] om diens (wan)gedrag te bespreken. [A] gaf te kennen dat hij daar geen behoefte aan had. Daarop heeft verdachte tot drie keer toe tegen [A] gezegd dat hij het bureau diende te verlaten. Het hof is van oordeel dat het hierbij gaat om een dienstbevel.
Er is sprake van een bevoegd gegeven opdracht van een militaire meerdere aan een mindere, waarbij sprake was van een dienstbelang, te weten de handhaving van de interne orde.
Omdat [A] tot drie keer toe geen gehoor gaf aan het hem gegeven dienstbevel en daarmee in strijd handelde met artikel 15 WMT Pro, was verdachte op grond van artikel 27 WMT Pro genoodzaakt maatregelen te nemen. Verdachte koos er op dat moment voor om [A] de kamer uit te duwen. Het hof is van oordeel dat deze door verdachte gekozen maatregel niet disproportioneel is en zodanig passend voor de situatie is dat de materiële wederrechtelijkheid ontbreekt aan het bewezenverklaarde feit.
Naar het oordeel van het hof dient verdachte op grond van het hiervoor overwogene ontslagen te worden van alle rechtsvervolging.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op artikel 140 Wetboek Pro van Militair Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn vervolging.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Aldus gewezen door
mr R. van den Heuvel, voorzitter,
mr P.A.H. Lemaire, lid, en brigade-generaal (tit.) mr J.S. van Duurling, militair lid,
in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,
en op 10 februari 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.