ECLI:NL:PHR:2011:BO5254
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke veroordeling wegens schending leerplicht ondanks pedagogisch reisplan
De zaak betreft een strafrechtelijke veroordeling van een verdachte die als gezagsdrager niet heeft voldaan aan de leerplichtwet door zijn schoolplichtige kinderen gedurende een buitenlandse reis niet naar school te laten gaan zonder de vereiste verlofverlening.
De verdachte en zijn echtgenote, beiden deskundigen op onderwijskundig terrein, hadden een educatief programma opgesteld voor de reis, maar het verzoek om vrijstelling van leerplicht werd door de leerplichtambtenaar en de bestuursrechter afgewezen. Het hof verwierp het verweer dat de materiële wederrechtelijkheid ontbrak en dat de reis als andere gewichtige omstandigheden kon gelden.
De Hoge Raad bevestigt dat de strafrechter niet zelfstandig mag toetsen of sprake is van andere gewichtige omstandigheden, omdat dit een bestuursrechtelijke bevoegdheid is. De strafrechter hoeft slechts te onderzoeken of verlof is verleend. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het recht op gezinsleven (art. 8 EVRM Pro) faalt eveneens. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot geldboetes en subsidiair hechtenis wegens overtreding van de leerplichtwet.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens overtreding van de leerplichtwet ondanks pedagogisch reisplan zonder verleend verlof.