ECLI:NL:GHARN:2010:BL9141
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding schade door voorlopige hechtenis van hoogzwangere vrouw
Appellante werd op 14 december 2007 in verzekering gesteld en verbleef 13 dagen in voorlopige hechtenis, waaronder in een politiecel met beperkingen. De zaak tegen haar werd op 6 februari 2009 geseponeerd zonder strafoplegging.
Zij vorderde een schadevergoeding voor de geleden immateriële schade door de detentie, waarbij haar raadsman stelde dat haar zwangerschap en psychische klachten een hogere vergoeding rechtvaardigden. De rechtbank kende een gebruikelijke forfaitaire vergoeding toe, maar wees een hogere vergoeding af wegens onvoldoende aannemelijkheid van het directe verband met de detentie.
Het hof oordeelde dat de psychische schade onvoldoende was bewezen als gevolg van de hechtenis, maar achtte de zwangerschap een bijzondere omstandigheid die een hogere vergoeding rechtvaardigde. Het hof verhoogde de vergoeding tot €120 per dag voor de hechtenis en €25 per dag voor de beperkingen, wat neerkomt op een totaal van €1.885. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €1.885 toe aan appellante wegens voorlopige hechtenis tijdens haar zwangerschap.