ECLI:NL:GHARN:2010:BL9203

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
24 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AVNR: 000278-10
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 71 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beschikking tot gevangenhouding in hoger beroep

Het gerechtshof Arnhem heeft op 24 maart 2010 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht van 11 maart 2010, waarin het bevel tot gevangenhouding van verdachte was gegeven.

De raadsman van verdachte stelde dat het hoger beroep ook betrekking had op de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, maar het hof stelde vast dat het hoger beroep daar niet op gericht was. Na onderzoek concludeerde het hof dat de gronden voor het bevel tot gevangenhouding nog steeds bestonden.

Het hof oordeelde verder dat er geen ernstige rekening gehouden hoefde te worden met de mogelijkheid dat verdachte bij veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zou krijgen, noch dat de duur van de gevangenhouding langer zou zijn dan de straf of maatregel. Gezien de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 Sv bevestigde het hof de beschikking van de rechtbank.

Uitkomst: Het hof bevestigt het bevel tot gevangenhouding van verdachte en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

Gerechtshof te Amsterdam
zitting houdende te
Arnhem
pkn: 16/600214-10
avnr: 000278-09
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [verblijfplaats].
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Utrecht van 11 maart 2010, voorzover houdende het bevel tot gevangenhouding.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr K. Karakaya, advocaat te Almere, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 15 maart 2010.
OVERWEGINGEN:
De raadsman heeft betoogd dat het hoger beroep mede betrekking heeft op de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof merkt hieromtrent op dat blijkens de akte hoger beroep –welker inhoud te dezen beslissend is- het hoger beroep daartegen niet is gericht.
Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte heeft gegeven ook thans nog bestaan, zodat de beschikking van de rechtbank voorzover daarvan beroep is ingesteld met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.
Naar het oordeel van het hof doet zich niet voor het geval dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat verdachte bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING:
Het hof bevestigt de beschikking voorzover daartegen hoger beroep is ingesteld.
Aldus gegeven op 24 maart 2010 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, A.E. Harteveld en A.W.M. Elders, raadsheren, in tegenwoordigheid van M. van Dijk, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.