ECLI:NL:GHARN:2010:BM0546
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat woning in Nederland als eigen woning geldt voor inkomstenbelasting
Belanghebbende had voor het jaar 2001 twee woningen: een woning in Nederland en een woning in Portugal, waarvan hij de economische eigendom had verkregen via een vennootschap. In zijn aangifte gaf hij beide woningen als eigen woning op, waarbij hij de Portugese woning als eigen woning aanmerkte en de Nederlandse woning als vermogen in Box III.
De Inspecteur stelde dat slechts één woning als eigen woning kan gelden, namelijk de woning in Nederland, die de centrale levensplaats van belanghebbende en zijn echtgenote was. De woning in Portugal moest daarom tot de rendementsgrondslag sparen en beleggen worden gerekend.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd, maar het Gerechtshof Arnhem heeft dit oordeel herzien. Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 3.111 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 slechts één woning als eigen woning kan gelden en dat dit de woning in Nederland is, omdat deze de centrale levensplaats vormt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Tevens is het beroep inzake de heffingsrente ongegrond, en het Hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de woning in Nederland als eigen woning geldt en verklaart het hoger beroep ongegrond.