ECLI:NL:GHARN:2010:BM2475
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening in boetezaak
Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen een boetebeschikking van de Inspecteur van de Belastingdienst, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding. Belanghebbende voerde aan dat de overschrijding te wijten was aan een toezegging van een medewerker van de Belastingdienst dat een suppletieaangifte tevens als bezwaar zou gelden.
Het hof oordeelde dat deze toezegging niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding leidt, mede omdat de uitspraak op bezwaar duidelijk maakte dat het bezwaar was afgewezen. De vermeende afspraak kon niet als rechtvaardiging dienen voor het late beroep. De rechtbank had het beroep dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het hof zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van termijnen bij bestuursrechtelijke procedures, ook bij vermeende misverstanden of toezeggingen door ambtenaren.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening.