ECLI:NL:GHARN:2010:BM3615
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rechtszaak over afsluiting en gebruik van erfdienstbaarheid met hekken en pilaren
In deze civiele zaak ging het om geschillen tussen appellant en geïntimeerden over het gebruik en de afsluiting van een erfdienstbaarheid met hekken aan de [straat] en de [Dijk]. Het hof bevestigde dat appellant gerechtigd is zijn erf af te sluiten met hekken die geopend kunnen worden via een eenvoudige cijfercode, en wees het gebruik van sleutels af vanwege praktische bezwaren.
Daarnaast oordeelde het hof dat geïntimeerden aansprakelijk zijn voor het gedrag van hun bezoekers die gebruik maken van het recht van erfdienstbaarheid, mits zij deze bezoekers voldoende instrueren. Het hof handhaafde een dwangsomsanctie om naleving af te dwingen.
Verder wees het hof de vordering af om de gemetselde pilaren aan de [straat] te verplaatsen, ondanks dat deze het manoeuvreren van vrachtwagens bemoeilijken. Ook werd de vordering tot snoeien van de haag aan de [Dijk] toegewezen, met duidelijke eisen voor zicht en doorgang.
De rechtbankvonnissen werden voor een deel bekrachtigd en voor een deel vernietigd, waarbij het hof een gedetailleerde regeling gaf over het gebruik, afsluiting en onderhoud van het erf en de erfdienstbaarheid. De kosten werden gecompenseerd en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Appellant is gerechtigd zijn erf af te sluiten met hekken die geopend worden met een eenvoudige cijfercode; geïntimeerden zijn aansprakelijk voor het gedrag van hun bezoekers en moeten de haag snoeien, terwijl de pilaren mogen blijven staan.