ECLI:NL:GHARN:2010:BM7361
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.E. Harteveld
- R.W. van Zuijlen
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontvankelijkheid Openbaar Ministerie bij vermeende partijdigheid officier van justitie
In deze strafzaak stelde de verdediging dat de officier van justitie niet onpartijdig was omdat zij betrokken was bij het initiële politieonderzoek waar verdachte deel van uitmaakte. De rechtbank Zutphen verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Het hof Arnhem heeft dit oordeel heroverwogen en geoordeeld dat de jurisprudentie van het EHRM inzake Ramsahai, die in de rechtbank werd toegepast, niet passend is in deze zaak.
Het hof benadrukte dat het opportuniteitsbeginsel het Openbaar Ministerie de bevoegdheid geeft om te beslissen over vervolging, tenzij sprake is van strijd met wettelijke of procesrechtelijke beginselen. Uit het dossier bleek dat de vervolgingsbeslissing niet door de betrokken officier van justitie alleen was genomen, maar na overleg met de parketleiding. Er was geen aanwijzing van willekeur of onzorgvuldigheid. Ook was geen sprake van een persoonlijke verhouding tussen officier en verdachte.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Zutphen om opnieuw recht te doen met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.