ECLI:NL:GHARN:2010:BM7579
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige daad of misbruik van recht door Ontvanger bij invordering voorlopige aanslagen
Het geschil betreft de vraag of de Ontvanger van de Belastingdienst onrechtmatig heeft gehandeld door het opleggen van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 1996 aan appellant en het versneld invorderen daarvan met beslaglegging op zijn woonhuis en melkquotum.
Appellant voerde aan dat de aanslagen onterecht waren opgelegd omdat zijn emigratie en bedrijfsverplaatsing naar Canada pas in 1997 zouden plaatsvinden, en dat de Ontvanger onzorgvuldig en misbruik van recht had gemaakt door het beslag te handhaven en vervangende zekerheid te eisen.
Het hof oordeelde dat de Ontvanger op grond van de omstandigheden en mededelingen van appellant in oktober 1996 redelijkerwijs mocht aannemen dat emigratie en bedrijfsverplaatsing spoedig zouden plaatsvinden, en dat het opleggen en invorderen van de voorlopige aanslagen niet onrechtmatig was. Het handhaven van het beslag was gerechtvaardigd en geen misbruik van recht, mede omdat het beslag diende ter zekerheid van de belastingvordering.
Appellant had onvoldoende concreet bewijs geleverd voor zijn stellingen over onzorgvuldig handelen en schade. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen, wees de vorderingen van appellant af en veroordeelde hem in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en oordeelt dat de Ontvanger niet onrechtmatig heeft gehandeld of misbruik van recht heeft gemaakt.